Hoeveel inwoners van je gemeente krijgen ondersteuning uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), wie zijn dat, wat kost het en hoe verdeelt het zich over de wijken? Kies een gemeente. Je ziet de eigen gemeente door de jaren heen. Er is geen vergelijking met andere gemeenten: de pagina houdt de gemeente een spiegel voor.
De cijfers komen live van het CBS op het moment dat je een gemeente kiest.
Of begin met
Door de jaren
Gebruik van Wmo-maatwerk
Waaruit bestaat het? Uitsplitsing naar type
Toon als tabel
Wie
Wie krijgt Wmo-maatwerk?
Per 1.000 inwoners in dezelfde groep. De streep is het eerste jaar van de reeks.
Door de jaren
Wat de gemeente uitgeeft aan Wmo-maatwerk
Lasten uit de jaarrekening (Iv3). Klik op een jaar voor de verdeling over de taakvelden.
Per wijk
Wmo per wijk
Zo is gerekend
Wmo-maatwerk: ondersteuning die de gemeente na een aanvraag individueel toekent, zoals hulp bij het huishouden, begeleiding, dagbesteding, een rolstoel, vervoer, een woningaanpassing of beschermd wonen. Algemene voorzieningen zonder indicatie (buurthuis, inloop) tellen niet mee.
Cliënten: inwoners die er op enig moment in het jaar gebruik van maakten. Wie meer voorzieningen heeft, telt per type één keer en in het totaal één keer.
Per 1.000 inwoners: zoals het CBS rekent. Bij leeftijd en inkomen per 1.000 inwoners in díe groep.
Inkomen: het besteedbaar inkomen van het huishouden, gecorrigeerd voor de grootte ervan, ingedeeld in vijf landelijke groepen van elk 20% van de huishoudens.
Lasten: alle lasten op de Iv3-taakvelden voor Wmo-maatwerk, uit de jaarrekening; voor een jaar zonder jaarrekening de begroting. Thuis = hulpmiddelen en diensten plus maatwerkdienstverlening 18+ (huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, overig, pgb). Beschermd wonen en opvang = geëscaleerde zorg 18+. Toegang en wijkteams (6.2, 6.21) tellen niet mee.
Per cliënt: lasten thuis gedeeld door de cliënten zonder verblijf en opvang. Per 65-plusser: lasten thuis gedeeld door de inwoners van 65 jaar of ouder op 1 januari.
Let op bij het lezen
Leeftijd verklaart veel: Wmo-gebruik stijgt sterk met de leeftijd. Een wijk met veel ouderen heeft vanzelf meer cliënten per 1.000 inwoners. Kijk daarom naar de kaart van 65-plussers en de spreiding naast elkaar.
Registratie: gemeenten delen hun voorzieningen niet allemaal op dezelfde manier in. Een plotselinge sprong in één type (en een daling in een ander) is meestal een andere registratie, geen echte verandering. Het totaal is betrouwbaarder dan de typen.
Vijf jaar: de pagina toont de laatste vijf jaar met cijfers. De lasten tonen daarnaast het lopende jaar als het alleen een begroting heeft.
Kleine aantallen: het CBS rondt af op 5 en laat kleine aantallen weg (–). Per wijk is daardoor vaak alleen het totaal bekend.
Voorlopig: de cijfers van het laatste jaar zijn voorlopig. Alle jaren zijn volgens de verbeterde CBS-methode van december 2025 en dus onderling vergelijkbaar; oudere publicaties wijken af.
Beschermd wonen: de lasten liggen vaak bij een centrumgemeente die het voor de regio regelt. Daarom staan ze in de grafiek apart en tellen ze niet mee in de kerncijfers per inwoner, per 65-plusser en per cliënt.
Geen oordeel: meer cliënten kan betekenen dat de hulp goed bereikbaar is, of dat er meer nodig is. De cijfers laten het verschil zien, niet de oorzaak.